Samsunnahar

 

“Ik woon, samen met mijn familie, in de Nilphamari regio, in het noorden van Bangladesh. Mijn man geloofde sterk in gelijke rechten voor vrouwen en hij heeft me nooit gedwongen iets te doen tegen mijn wil. Helaas is hij gestorven aan kanker toen mijn dochter en zoon vijf en drie jaar oud waren. Vanwege ons lage inkomen hadden we geen geld voor een goede medische behandeling. Na de dood van mijn man verslechterde ons inkomen nog verder. Ik ging als huishoudelijke hulp aan de slag en ook als dagloner op verschillende boerderijen om onze familie te kunnen onderhouden. Dat was erg zwaar. Soms hadden we veel honger en aten we alleen rijst met wat zout of gras. Ons dak was gemaakt van hooi, waardoor we niet konden slapen op regenachtige dagen of tijdens erge kou. Ook had ik niet genoeg kleding. Ik had zelf één kledingstuk dat ik buiten de deur droeg. Normaal gesproken waste ik het en wachtte ik tot het droog was om het aan te trekken naar mijn werk. Toen mijn zoon niets meer had om te dragen besloot ik een broek te maken van een gedeelte van mijn eigen gescheurde kleding. Andere mensen lachten hem uit omdat hij vrouwenkleding droeg. Toch hebben mijn kinderen nooit geklaagd.

Ik geloof dat onderwijs het allerbelangrijkste in een land is. Iedereen kan leren ongeacht of je een man of een vrouw bent. Mensen kunnen al je bezittingen afnemen, maar je kennis niet. Daarom ben ik, hoe onze thuissituatie ook was, nooit gestopt met het onderwijs voor mijn kinderen. Ik gebruikte mijn vrije uren om hen veilig naar school te brengen.

Mijn situatie begon te veranderen toen ik werd geselecteerd om deel te nemen aan BRAC’s programma voor de allerarmsten. Aangepast op mijn omstandigheden ontving ik vee en volgde ik verschillende trainingen. Bovendien ontvingen we ook medische hulp en een financiële bijdrage.
Omdat ik had gemerkt dat mensen respect hebben voor diegene die goed gekleed gaat, kocht ik een naaimachine en ging ik aan de slag als kleermaker. Vandaag de dag ben ik een gewaardeerde kleermaker in mijn dorp. Met de ondersteuning van BRAC begon ik stukjes grond te pachten om groenten te verbouwen. Op deze manier kan ik voorzien in voldoende voedsel voor mijn gezin. Alles wat overblijft kan ik verkopen.

Ik zou niet willen dat anderen moeten ondergaan wat ik heb meegemaakt. Daarom geef ik gratis groenten aan de allerarmste vrouwen in mijn dorp. Ook bied ik hun gratis training in het maken van kleding, zodat zij ook zelfstandige kunnen worden zoals ik. Ik heb nu mijn eigen stukje grond en een huis. Bovendien ben ik verkiesbaar gesteld in de verkiezingen voor het schoolbestuur. Van één van de allerarmsten ben ik een gerespecteerde vrouw in de samenleving geworden.”