Ebola Survivors

 

Veel mensen in West-Afrika zijn getroffen door het Ebola-virus. De impact van het virus is groot. Ontheemde families, kinderen die noodgedwongen gestopt zijn met school en weeskinderen op zoek naar een nieuwe plek om te wonen. Samen met lokale partners is BRAC actief onder de Nieni stam, in een van de grootste en meest afgelegen gebieden in Sierra Leone.

BRAC ondersteunt drie verzorgingscentra in de stad Kumala, diep verborgen in de jungle. In de verzorgingscentra zijn in de afgelopen vijftien maanden 106 gevallen van Ebola geweest. Hoewel Sierra Leone officieel als ebola-vrij is verklaard, wordt er nog steeds hard gewerkt aan de wederopbouw van de gezondheidssystemen en hulp aan overlevenden. Hieronder vertellen enkele inwoners van Kumala ons over hun strijd met de dodelijke ziekte.

Saio Mara

Saio Mara

“De meerderheid van de mensen in Kumala konden niet geloven dat het Ebola virus een bedreiging voor de gezondheid was. Dat veranderde snel nadat de eerste twee personen overleden. Er brak paniek uit. Zodra iemand werd getest en besmet bleek te zijn, werden ze als dood beschouwd.

Mijn moeder overleed aan Ebola en ik ben tot het einde bij haar geweest. Omdat ik tijdens haar ziekbed nog contact met haar had, werd ik voor 15 dagen in quarantaine geplaatst. Toen ik pijn kreeg in mijn gewrichten wist ik, nog voordat ik getest werd, dat ook ik besmet was geraakt met de ziekte.

Ik werd behandeld in de stad Bo, hier moest ik 14 dagen blijven. De dag dat ik genezen werd verklaard was een heel gelukkige dag voor me. Het was dubbel omdat mijn moeder was gestorven, maar ik was ook erg blij dat ik terug kon naar mijn andere familieleden. Er was een warm welkom toen ik terug kwam. Nu wil ik graag terug naar school om mijn opleiding af te maken.”

Ibrahim Kjallo

Ibrahim Kjallo

“Er kwam iemand uit de buurt van Kono die ziek was en hij werd naar het ziekenhuis van Kabala gebracht. Onderweg stierf hij. De mensen met wie hij gekomen was, namen hem mee om hem te begraven. Ze wisten niet dat hij gestorven was aan het Ebola virus.

Een van de vrouwen die hem had verzorgd kwam naar Kumala. Haar naam was Majory. Toen ze ziek werd kwamen er zusters om haar te verzorgen. Niemand wist dat ze besmet was met het Ebola virus. Kort daarna overleed ze.

In totaal zijn we 33 mensen verloren in Kumala. Iedereen die in contact was geweest met Majory overleed. Pas daarna kwamen er mensen om ons te vertellen dat we geen zieke of dode mensen  met het Ebola virus mochten aanraken. Ook konden we onze overledenen geen normale begrafenis geven, omdat we dan zelf besmet zouden raken. Nadat BRAC het verzorgingscentrum opende, kon iedereen die ziek werd naar het centrum gaan om op een veilige manier verzorgd te worden.”

Safriatu Dolley

Safriatu Dolley

“Toen ik besmet bleek met het Ebola virus was ik erg verdrietig. Mijn man was overleden door de ziekte, dus ook ik was erg bang om te sterven. Ik werd naar het verzorgingscentrum van BRAC gebracht in Bo. Toen ik hoorde dat ik genezen was, danste ik van vreugde! Ik was zo opgelucht! Terug in Kumala, kwamen mijn dorpsgenoten van heinde en ver om me te verwelkomen.”

Hawa Kamara

Hawa Kamara

“Mijn beide ouders stierven aan Ebola. Ik werd daarom in quarantaine geplaatst voor 21 dagen. Continu was ik in spanning of ik misschien ook ziek zou zijn. Ik was ontzettend blij toen ik ebola-vrij werd verklaard. Een verzorger van het verzorgingscentrum houdt nu mijn gezondheid in de gaten. Ik zie er naar uit om terug naar school te gaan.”

Momorie Marah

Momorie Marah

“Sinds 2005 was ik het schoolhoofd op een school in Yiffin. Toen rebellen in de burgeroorlog onze regio binnendrongen werden veel mensen vermoord en werd de hele stad afgebrand. Ik vluchtte naar Freetown waar ik mijn werk als docent weer op probeerde te pakken.

Toen het Ebola virus de kop op stak in Sierra Leone zakte de moed me in de schoenen. Het was alsof de wereld opnieuw op z’n kop stond, terug naar die verschrikkelijke tijd in de oorlog. Toen ik over Ebola hoorde was het alleen nog maar in het oosten van het land. Maar toen het ook onze kant op kwam moesten we onze school noodgedwongen sluiten, om onze studenten te beschermen. Hoewel onze regio zwaar was aangetast, brak het virus niet uit in onze stad. Het bleef op zo’n 6 kilometer afstand. Nu het Ebola-virus bijna is uitgeroeid is iedereen opgelucht. Toch heeft het ons veel problemen gebracht. Onze studenten hebben zes maanden onderwijs gemist. Daardoor hebben we als school ook zes maanden aan inkomsten misgelopen, wat mogelijk betekent dat we opnieuw onze deuren moeten sluiten vanwege een tekort aan geld.